Samen zijn wij het Grotius!

Openbaar voortgezet onderwijs Delft

Juniusstraat 8 | 2625 XZ Delft | tel. 015 - 8 000 000

 

Veelgestelde vragen vrijeschoolafdeling

 

1. Gaat de vrijeschoolafdeling door na 2 jaar brugklas?
Ja, het is de bedoeling om tot het eindexamen door te gaan met het vrijeschoolonderwijs, bijvoorbeeld in de periodelessen. De leerlingen in de hogere klassen waaieren uit qua niveau en interesse bij het kiezen van profielen (vakkenpakketten). Voor deze vaklessen willen we kijken hoe we een zo groot mogelijk aanbod aan examenvakken kunnen aanbieden, om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de wensen en talenten van de leerling.

 

2. Hoe gaat dat met de docenten? Waar komen ze vandaan?
Er zijn afspraken gemaakt met de omringende middelbare vrijescholen. Als leraren zich met het initiatief willen verbinden dan kunnen ze worden gedetacheerd vanuit Den Haag, Rotterdam of Leiden. Ook binnen onze eigen school is er belangstelling bij verschillende docenten om zich bij te laten scholen tot vrijeschoolleraar. Het opleidingstraject van die leraren is concreet. Daarbij zijn betrokken: Rudolf van Lierop, voormalig directeur van het Rudolf Steiner College in Rotterdam en Marije Kuijt (werkte voor de Zutphense Zomercursus en leidt intern op in het Rudolf Steiner College). 

 

3. Wat gaat het kosten?
De vrijeschoolafdeling maakt hogere kosten om de kunst- en ambachtsvakken vorm te geven. Vaak wordt er dan gewerkt in kleinere groepen. Ook is er meer materiaal nodig en specifiek gereedschap.
De ouderbijdrage moet goedgekeurd worden door de MR. Het bedrag is voor 2015-2016 vastgesteld op € 450,00 per leerling per jaar.

 

4. Is er extra verrijking voor vwo leerlingen?
Leerlingen die dat willen kunnen de gymnasiumstroom volgen. Dat betekent Latijn als extra vak in het eerste jaar en vanaf het tweede jaar kan daarbij ook Grieks gekozen worden. In de bovenbouw komt daar dan nog bij het vak Klassieke Culturele Vorming (KCV). Op deze manier kan je als leerling van de vrijeschoolafdeling een Gymnasiumdiploma halen, dat is uniek in Nederland!
In de periodelessen en in de vaklessen wordt er gedifferentieerd lesgegeven. Vwo leerlingen blinken vaak uit in de cognitieve vaardigheden, en zo reageren ze ook als ze daarin open worden uitgedaagd. Daarnaast profiteren ze van het brede aanbod van het vrijeschoolonderwijs, waardoor creativiteit en verbeeldingskracht; moraliteit en verantwoordelijkheid; sociale flexibiliteit en vermogen tot verbinden ontwikkeld worden. Dit kunnen ze later als ze aan het werk zijn goed gebruiken.
Naast extra cognitief aanbod is er ook extra aanbod in de vorm van Grotius X-tra activiteiten, zie volgende vraag.

 

5. Wat is er nog meer te doen op het Grotius qua extra aanbod?
Het Grotius biedt talent activiteiten aan voor leerlingen in de eerste drie jaar. Dit is toegankelijk voor vwo-, havo- en mavo-leerlingen. Deze extra's zijn X-tra Sport, X-tra Theater- en dans en X-tra Techniek. Het hele jaar door zijn deze lessen op dinsdagmiddag te volgen. Grotius X-tra Sport biedt leerlingen de mogelijkheid om diverse sporten te verkennen en te oefenen, ook minder voorkomende zoals schaatsen, klimmen en windsurfen. De leerlingen van Grotius X-tra Theater leren toneelspelen en draaien zelf een voorstelling in elkaar. 

Grotius X-tra Techniek zal onder andere bestaan uit computertekenen, 3D printen en ontwerpen.


Het Grotius werkt samen met onder meer de VAK, Kunst en Cultuur Den Hoorn, TU Science Centre en het Fablab.
 

De kosten voor dit extra aanbod zijn € 250,- per jaar.
Meer info op: www.grotiuscollege.nl/juniusstraat/talentplannen.html

      

6. Hoe borgen jullie het karakter van de vrijeschoolafdeling binnen het Grotius?
De afdelingscoördinator, die ook komend jaar klassendocent wordt, heeft al 12 jaar ervaring in het geven van vrijeschoolonderwijs. De afdelingscoördinator is tevens lid van de oudervereniging in Delft.

 

7. Wordt de vrijeschoolafdeling dan niet een eilandje in het Grotius?
In het Grotius is al ervaring met een tweetalige afdeling. Ook op het tto zijn er aparte docenten (bv. native speakers) en aparte activiteiten. Tegelijk mengen ze prima met de andere leerlingen. Bovendien zijn er diverse uitwisselingen, zoals de talentplannen, feesten.
Een wederzijdse uitwisseling lijkt ons heel inspirerend. Zo zouden we bepaalde vrijeschoolse activiteiten, zoals een koor, Grotius breed aan kunnen bieden.

 

8. Voor welk type kind is het vrijeschoolonderwijs geschikt?
Uitgangspunt is dat we met leerlingen en ouders willen werken die weten wat de vrijeschool te
bieden heeft en hiervoor ook uitdrukkelijk kiezen. Basiscriterium voor toelating is dan ook het
‘passen binnen de werkwijze van het vrijeschoolonderwijs’. Aan de hand van de lessen op de open dagen kan hier iets van geproefd worden. Naast kinderen die vanuit zichzelf al creatief zijn, gaat het ook om kinderen die graag cognitief bezig zijn. Zij worden individueel uitgedaagd in de diepte, maar worden daarnaast aangesproken op een bredere ontwikkeling. Sociaal-emotionele ontwikkeling en vaardigheden om met diverse mensen op verschillende wijze samen te werken kan een levenlang van belang zijn. In die zin is het voor alle kinderen bijzonder geschikt onderwijs. We merken wel dat het het beste gaat als

  • kinderen zelf kiezen voor vrijeschoolonderwijs
  • er een open houding is tot kunstzinnige leerstofverwerking en
  • ze zich willen/kunnen voegen binnen het intensieve groepsproces van een jaargroep.

 

9. Hoe is de overstap van regulier onderwijs naar vrijeschool onderwijs?
Het is heel gebruikelijk dat leerlingen van regulier onderwijs overstappen naar middelbaar vrijeschoolonderwijs. Gemiddeld is de instroom van reguliere leerlingen op een middelbare vrijeschool meer dan 50%. De docenten zijn hieraan gewend en nemen de leerlingen de eerste maanden mee in het nieuw klasverband dat ontstaan is. De ervaring leert dat het heel goed te doen is.

 

10. Is de vrijeschool een school zonder regels? Kunnen de kinderen zelf bepalen wat ze leren?
De vrijeschool is een vorm van vernieuwd klassikaal leren. Het onderwijs is niet vrijblijvend, maar de kinderen krijgen (naast werk- en oefenmateriaal uit lesmethodes) opdrachten die zij op hun eigen manier kunnen uitwerken. Het lesplan en de leerdoelen voor ieder schooljaar staan vast. Het 'vrije' van de vrijeschool gaat niet over vrijlaten van de leerlingen, maar over de ontwikkeling tot vrije en zelfstandige mensen (zie verdere uitleg onder de vraag waar 'vrij' van vrijeschool vandaan komt).

 

11. Wat gebruiken jullie voor lesmethoden?

In de eerste twee klassen wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van reguliere lesmethodes. Wij vinden het belangrijk dat de docent samen met de leerlingen zijn of haar lessen zo vormgeeft, dat vanuit vrijheid en kunstzinnig onderwijs de lesstof ‘levend’ wordt. Dit geldt met name voor het periode-onderwijs. Een vaste methode waarin lesstof grotendeels voorgeprogrammeerd is kan dat creatieve proces belemmeren. Uiteraard wordt er waar dat vruchtbaar is, in vaklessen, wel gebruik gemaakt van oefenboeken en grammaticaboeken.
Vanaf de derde klas wordt er nog meer gebruik gemaakt van bestaande lesmethodes, waardoor leerlingen op niveau hun oefeningen kunnen doen.

 

13. Duren de lesdagen langer dan op een reguliere school als gevolg van zoveel extra (kunst- en ambacht) vrijeschoolvakken?
Nee, omdat het periode onderwijs ook een verdieping biedt voor de gewone vaklessen, blijven we op de gemiddelde 33-34 uur per week voor de eerste brugklas.

 

14. Hoeveel tijd is mijn kind kwijt aan huiswerk in de eerste twee brugklassen?
Gemiddeld een uur of anderhalf per dag, maar dit is erg verschillend per leerling.

 

15. Wat doen jullie aan huiswerkbegeleiding?
Er zijn wekelijks twee mentor-uren. Daar wordt gewerkt aan individuele begeleiding en kan extra uitleg gegeven worden. Het leren om dagelijks gedisciplineerd huiswerk te maken is vooral in het eerste jaar een speerpunt. Met het bijhouden van het periodeschrift, wordt dit spelenderwijs geoefend.

 

16. Hoe zijn de examenresultaten?
Van een nieuwe afdeling zijn de examenresultaten uiteraard niet te noemen, maar vrijescholen scoren goed tot zeer goed. Zo heeft Den Haag een score van 9-10-10 en Rotterdam een 8-10-10 voor respectievelijk mavo-havo-vwo. Dat is bijvoorbeeld na te kijken op deze site: www.scholenopdekaart.nl/middelbare-scholen

 

17. Waar komt de naam vrijeschool vandaan?
Laten we om te beginnen dat woordje ‘vrij’ eens onder de loep te nemen.
Want het is precies dát stukje in onze naam waar veel mensen een verkeerde invulling aan geven. Waar komt het ‘vrij’ vandaan? Het betekent niet dat we leerlingen zomaar lekker vrij laten om te doen en laten wat ze willen. Juist niet. Volgens ons zijn structuur, regelmaat en een vast ritme voorwaarden om goed te kunnen leren. Dus wat betekent dat vrije dan werkelijk? En waar staat het voor anno nu?
De oorsprong van de term vrijeschool danken we de bevlogenheid van de Oostenrijkse filosoof, schrijver en pedagoog Rudolf Steiner. In zijn maatschappij vernieuwing, zag hij dat het rechtsleven (politiek/overheid), het samenleven (de economie) en het culturele leven (kunst, wetenschap onderwijs) het best ontwikkeld kunnen worden als deze drie zich niet teveel met elkaar bemoeien. Bij het opzetten van zijn eerste school, wilde hij daarom vanuit de pedagogie en vanuit een visie op de mens en zijn ontwikkelingsmogelijkheden kunnen bepalen hoe het onderwijs werd ingericht, zonder inspraak van de overheid. Die vrijheid was voor hem essentieel. Daar komt onze naam vandaan.

 

19. De vrijheid om onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven, kan dat nog in deze tijd?
De overheid stelt steeds meer voorwaarden en regels aan scholen. Aan de ene kant is dat positief, want het legt een fundament onder de kwaliteit van het landelijk onderwijs. Aan de andere kant ervaren wij dit soms als onnodige en ongewenste regeldruk, omdat het is doorgeschoten. Het is de kunst van onze scholen om binnen de speelruimte die er is toch breder onderwijs te verzorgen. Onderwijs dat niet alleen draait om een zo hoog mogelijke score. Juist voor de docenten gaat het om de vrijheid om het onderwijs vorm te geven, nadat ze zich er zelf mee verbonden hebben. Docenten mogen vrij staan tegenover de externe dwang van cijfermatig scoren. Goed onderwijs heeft een intrinsieke waarde, en die blijkt als het goed is ook bij toetsing. In vaktermen: er wordt niet gestuurd op goede cijfers, maar er wordt bijgestuurd als de cijfers niet goed zijn, in de richting van goed onderwijs. De bekwaamheid en passie van de docent maken dat je de eye-openers waar het echt om gaat, nooit meer vergeet. Dat maakt vrijeschool onderwijs eigentijds en onvergetelijk. De docent verbindt het met wat er speelt in de wereld, in de klas, in zichzelf.

 

20. Vrije mensen in een complexe wereld
De wereld verandert duizelingwekkend snel. Het is bijzonder om te zien hoe een onderwijssysteem van ruim honderd jaar oud daar wonderwel op aansluit. Op vrijescholen kijken we verder dan alleen kennis die in het hoofd kan worden opgeslagen. Denken is veel meer dan geheugentraining en geheugenvulling. Rijk leren denken, waarbij de verbeeldingskracht wordt ingezet en je 'om een hoekje leert denken' is cruciaal voor je ontwikkeling. Een mens kan bovendien veel meer dan denken. Kinderen van de toekomst hebben dit 'meer' nodig om zich te kunnen redden in deze snel veranderende wereld: zelfvertrouwen, durf, originaliteit, creativiteit en een open blik. Ook dat hoort bij vrijheid. Met kennis, daadkracht, wilskracht en verantwoordelijkheidsgevoel kun je elke uitdaging aan. Vrij de wereld in.