Leerlingen
Op onderliggende pagina's tref je allerlei informatie aan die nodig is gedurende het schooljaar zoals de PTA's, reglementen voor internetgebruik, etc. Ook de roosters voor SE- en repetitieweken tref je hier aan.
En nu aan de slag met de beleggingscompetitie!!
Klik hier voor de link naar de beleggingswebsite!

Eerst kredietcrisis, nu schuldencrisis
Op 10 januari 2011 start de GROTIUS BELEGGINGSCOMPETITIE! Alle leerlingen van de bovenbouwklassen HAVO/ VWO met economie en/of M&O dingen mee naar de prijzen die beschikbaar worden gesteld door de vele sponsors (klik hier voor het overzicht van de sponsors).
Op 7 december is er een foto genomen van alle (260!) deelnemende leerlingen. Deze foto is rond 17 december geplaatst op de website van de Financiële Telegraaf (www.dft.nl), zelf ook één van de sponsors. Klik hier als je het hele artikel wilt bekijken.
Er zijn twee sessies lezingen die de kick-off vormen van de competitie. Er is op 16 december jl. een lezing verzorgd door de heer Schut van Optietipper en er wordt een lezing op 5 januari 2011 gegeven door de heer Groenewoud van Weekend-beleggers (jouw eco/m&O-docent zal je vertellen bij welke lezing je bent ingedeeld).
.
Het spel duurt tot en met 8 april 2011.
Wat is er te verwachten van de beurs in deze maanden? Hieronder volgt een beschouwing.
De kredietcrisis brak in de zomer van 2007 uit en ook al heeft de economie vanaf 2009 een herstel laten zien, de naweeën van deze crisis zijn nog erg goed merkbaar. Omdat veel landen veel geld in het redden van het bankensysteem en de economie hebben gepompt, zijn de begrotingstekorten en staatsschulden enorm toegenomen. In de hele westerse wereld is de staatsschuld als percentage van het BBP toegenomen tot bijna 100%. Landen als Griekenland en Ierland dreigden daardoor zelfs bankroet te gaan.
De risicolanden aan de randen van Europa worden de PIIGS-landen genoemd (Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje).
De Europese landen besloten in mei 2010 tot het oprichten van een zogeheten Europese Financiële Stabiliteitsfonds (EFSF). Via de EFSF is er €750 miljard beschikbaar om te voorkomen dat er op het allerlaatste moment -zoals bij Griekenland- een regeling moet worden bedacht. De aandacht zal echter binnenkort ook waarschijnlijk naar Frankrijk uitgaan, want de Franse begrotingssituatie is niet veel anders dan die in Spanje. Spanje neemt nu harde maatregelen en het is te hopen dat die afdoende zullen zijn. Echter, als Portugal er niet in slaagt de begroting door ingrijpende saneringen op orde te krijgen, komt een ander gevaar om de hoek kijken. Spaanse banken bezitten met ruim 100 miljard aan obligaties een groot deel van de overheidsschuld in Portugal, één en ander kan dus tot grote onrust in Spanje leiden. De Griekse, Ierse en Portugese economieën zijn niet zo groot in de Eurozone, maar de Spaanse en Franse wel. De economie van Spanje is groter dan die van Ierland, Portugal en Griekenland tezamen. Als Spanje en Frankrijk in gevaar komen, zal er grote onrust op de financiële markten kunnen ontstaan, want het vangnet van € 750 miljard zou dan waarschijnlijk onvoldoende zijn.
De kredietcrisis is dus ontaard in een schuldencrisis. Het IMF heeft al aangegeven dat het noodfonds voor landen met financiële problemen moet worden uitgebreid. Ook het opkopen van staatsobligaties van de lidstaten door de Europese Centrale Bank is geen structurele oplossing. Uiteraard gaat men zo’n structurele oplossing wel proberen te vinden de komende maanden, maar de vraag is of de politiek tegen elke prijs de euro wil redden en dan met name hoeveel de Duitse belastingbetaler over heeft voor de redding van de munt. Eén ding is zeker: niemand weet hoe de eurocrisis afloopt!
De FED (het Amerikaanse stelsel van Centrale Banken)heeft in november 2010 QE2 (600 miljard dollar!) van start laten gaan. QE2 staat voor ”Quantitative Easing” (monetaire verruiming) de tweede ronde. Monetaire verruiming (een chique woord voor het aanzetten van de geldpers) is tijdens de kredietcrisis ingezet en de centrale bank verstrekte zonder limiet kortlopende kredieten aan banken (door obligaties van de banken op te kopen)om de banken te voorzien van grote hoeveelheden geld en het gevaar van deflatie af te wenden.
Tijdens de kredietcrisis vertrouwden de banken elkaar niet meer en was er geen krediet meer beschikbaar (ze leenden niet meer uit),er was geen aanbod dus. Nu is er krediet genoeg, maar is er een gebrek aan vraag naar krediet door consumenten en bedrijven. Het is dus maar de vraag of QE2 gaat werken. Een Russisch spreekwoord zegt: ‘Je kunt een paard wel naar de bron brengen, maar je kunt het niet laten drinken’. Bovendien is er het gevaar dat als de economie in de toekomst ineens wel sneller gaat groeien er te veel geld in omloop is en er over een paar jaar hyperinflatie gaat ontstaan; deflatie en hyperinflatie liggen namelijk in de praktijk angstwekkend dicht bij elkaar(beleggers vluchten dan ook nu al in goud). Het plan veroorzaakt nu al inflatie in Azië (vooral in China en India), omdat er kapitaalstromen naar Azië op gang komen. In China neemt de inflatie ook door een andere oorzaak toe: de scherp gestegen voedselprijzen door het slechte weer in China. China zal de rente dus verhogen en als de groei in China vertraagt heeft dat tegenwoordig gevolgen voor de gehele wereld (de Chinese economie wordt steeds belangrijker).Het is niet te hopen dat er een QE3 komt, maar dat men gaat accepteren dat de VS en grote delen van de wereld eerst door een periode van schuldenafbouw zullen moeten gaan.
En dan zijn er nog de valuta’s: veel landen proberen hun economische groei aan te jagen (meer export!) door hun munt kunstmatig laag te houden (China en de VS), andere landen nemen dezelfde maatregelen en dit dreigt nu uit te monden in een echte valutaoorlog, waar niet zo snel een oplossing voor is en wat ten koste gaat van de mondiale economische groei.
Zijn er dan ook nog positieve geluiden? Jawel, de economie groeit weer, zij het (te) traag (één op de tien Amerikanen zit nog werkloos thuis) en de winstcijfers van het bedrijfsleven zijn sterk verbeterd. Ook de bankensector is dit jaar onderworpen aan strengere regels; de banken moeten meer kapitaal gaan aanhouden en het toezicht is verscherpt.
Vandaar dat de AEX sterk gestegen is vanaf maart 2009 (dieptepunt 195 punten) tot heden (november 2010 rond 345 punten). De eerste helft van 2011 zal waarschijnlijk een lagere AEX opleveren is mijn inschatting. Misschien zullen technologiefondsen het beter doen, omdat deze bedrijven profiteren van een economisch herstel in combinatie met technologische vernieuwing (i-Phones, i-Pads, internet op mobiele telefoons enz. ) en door de vele overnames in die sector, vanwege het feit dat die bedrijven een riante kaspositie hebben. Voor 2010 wordt gerekend op een groei van de chipverkopen met 33%. ASML, een Nederlands hightechbedrijf uit Veldhoven, dat complexe machines voor de productie van chips vervaardigt, beleeft bijvoorbeeld gouden tijden. Ook hier moet ik weer een kanttekening maken; als de groei van de wereldeconomie in 2011 weer zou verzwakken zal de chipsector dat zeker ook gaan merken.
Het mag duidelijk zijn dat het een uitdaging zal zijn om het beursspel goed te spelen en de prijzen in de wacht te slepen.
Ik wens iedereen daar veel succes mee!
Coert Waaijer
docent Economie/M&O
