Als een leerling wordt aangemeld voor het vmbo, dan wordt gekeken of deze in aanmerking komt voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). Hiervoor moet de leerling aan bepaalde eisen voldoen. Deze zijn wettelijk vastgelegd en terug te lezen in de procedure “indicatiestelling lwoo en praktijkonderwijs” opgesteld door het ministerie van OCW. Om na te gaan of de leerling in aanmerking komt voor het lwoo is een onderwijskundig rapport vereist dat wordt opgesteld door de basisschool. Uit het onderwijskundig rapport is onder andere op te maken wat het niveau van de leerling is op verschillende gebieden. Dit is onderbouwd met recente testuitslagen. Indien er onvoldoende gegevens bekend zijn, kunnen leerlingen op verzoek van de school aanvullend getest worden. Het Grotius College dient vervolgens een aanvraag in voor een beschikking bij het Samenwerkingsverband VO/SVO. Alleen met een positieve beschikking van het Samenwerkingsverband heeft een leerling recht op leerwegondersteunend onderwijs.
Het Grotius College heeft in de afgelopen jaren een methode ontwikkeld om de lwoo- leerlingen optimaal te begeleiden. De klassen waarin deze leerlingen zijn geplaatst zijn samengesteld uit twee groepen van elk maximaal 15 leerlingen en twee mentoren. De klassen hebben een groot eigen lokaal waar de theorievakken worden aangeboden. Dit lokaal is aangepast aan de specifieke leerbehoeften van de leerlingen. De vakken worden vaak thematisch en/of projectmatig aangeboden. Naast de theorievakken krijgen de leerling veel praktijkvakken aangeboden waarbij samenhang met de theorievakken wordt nagestreefd.
Voordelen van deze opzet:
- Grote mate van geborgenheid
- Veel individuele aandacht
- Grote mate van homogeniteit in de groep
- Sterke groepsband
- Flexibele onderwijsmogelijkheden
- Rijk en gevarieerd onderwijsaanbod
- Grote samenhang tussen de aangeboden vakken
Informatie over het Samenwerkingsverband VO/SVO voor wat betreft de indicatiestelling voor het lwoo kunt u vinden op www.swvvo-delft.nl


